Burgemeester Halsema gaat uitgebreid in op de kritiek die zij ontving, maar verzuimt te reflecteren op de kern van het probleem: het ongelukkig samengestelde videofragment op haar sociale media. Dit fragment heeft er onbedoeld voor gezorgd dat twee thema’s – het bestrijden van polarisatie en Zero Tolerance Day tegen genitale verminking – met elkaar verstrengeld raakten. Dit had een moment moeten zijn van onverdeelde aandacht voor de bestrijding van een brute praktijk, niet van politieke voorzichtigheid.
Maar deze communicatieve misser is geen toeval; het is een symptoom van een dieperliggend ongemak binnen progressief Nederland. Dit ongemak manifesteert zich telkens wanneer een kwestie raakt aan de islam. De angst voor islamofobie en polarisatie lijkt structureel zwaarder te wegen dan de morele helderheid die de situatie vereist. Dit zagen we eerder bij de
#WomenLifeFreedom-protesten na de moord op
#MahsaAmini. In plaats van onvoorwaardelijke steun aan de Iraanse vrouwen die hun leven riskeerden, lag de focus deels op het risico van polarisatie in Nederland. Diezelfde reflex zien we nu terug: een expliciete veroordeling van genitale verminking wordt vergezeld door een oproep om niet te generaliseren of te polariseren.
Maar waarom zou polarisatie überhaupt een factor zijn als de veroordeling van deze praktijk onbetwist is? Dit is geen complex moreel vraagstuk, geen debat met meerdere perspectieven. Dit is een misdaad die geen enkele ruimte voor nuancering of begrip verdient. Op Zero Tolerance Day had de boodschap helder en onverdeeld moeten zijn: geen traditie, geen culturele inkadering—alleen keiharde bestrijding van een misdaad. Dat was de échte gemiste kans.